Uw garantie op kwaliteitsvol, juridisch advies

De schuldeiser wordt schuldenaar in één en dezelfde procedure?

Op 9 mei 2014 werd de regelgeving betreffende de Kruispuntbank van Ondernemingen opgenomen in het Wetboek Economisch Recht.  Dit ter vervanging van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen.
Sindsdien is het voor de onderneming belangrijk aan diverse formaliteiten te voldoen.  Dit op straffe van onontvankelijkheid of gemeenrechtelijke nietigheid.
Hierna vindt u  de verdere info terug over de correcte inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.  Daarnaast vindt u ook  uitleg over de transparantie- en informatieplicht.

KBO-inschrijving

 
Het Wetboek Economisch Recht behandelt vooreerst de situatie waarbij een vordering voortvloeit uit een activiteit die niet wordt gedekt door de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen of die niet valt binnen het statutaire doel van de onderneming.


Bij wijze van voorbeeld:
“Onderneming XYZ is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor grond- en tuinwerken, levert een prestatie voor plaatsing van zonnepanelen. De factuur van de voormelde prestatie wordt niet betaald. Onderneming XYZ stelt een vordering in.”

 
Het  Wetboek Economisch Recht voorziet in zo’n situatie in een onontvankelijkheid van de vordering.
Om deze uitzondering in te kunnen roepen, moet de verweerder deze exeptie voor elke andere exceptie of verweer (in limine litis)  opwerpen. In de eerste conclusie nadat de vordering werd gesteld.
Wanneer de verweerder nalaat deze onontvankelijkheid als eerste argument in te roepen, is de onontvankelijkheid niet van toepassing en kan deze niet meer worden opgeworpen.
De rechter kan immers niet uit eigen beweging of ambtshalve de nietigheid op werpen.
In een procedure is dit een belangrijk gegeven.  Door niet correcte invulling van de Kruispuntbank van Ondernemingen is het  mogelijk dat een vordering onontvankelijk wordt verklaard.
De gevolgen als schuldeiser zijn niet te onderschatten. Namelijk eventuele betaling van de kosten van de rechtszaak (dagvaarding, gerechtskosten, ...) en de rechtsplegingsvergoeding die toekomt aan de verweerder.
Na regularisatie van de gegevens in de Kruispuntbank van ondernemingen is het mogelijk opnieuw te dagvaarden.  Uiteraard niet kosteloos.

Informatie en transparantie

 
Een tweede aandachtspunt betreft de informatie- en transparantieplicht zoals omschreven in het Wetboek Economisch Recht
Art III.74 in dit wetboek  schrijft een duidelijke oplijsting voor van informatie die moet meegedeeld worden of beschikbaar moet worden gesteld, zoals :


“De prijs van de dienst wanneer de onderneming de prijs van een bepaalde soort dienst vooraf heeft vastgesteld” (°12)

 
Art III.76,1° zegt bovendien :
“Wanneer de onderneming de prijs van een bepaald soort goed of dienst niet vooraf heeft vastgesteld, de prijs van het goed of de dienst of, indien de precieze prijs niet kan worden gegeven, de manier waarop de prijs wordt berekend, zodat de afnemer de prijs kan controleren, of een voldoende gedetailleerde kostenraming”

 
Het communiceren van de correcte prijs of de berekeningswijze ervan moet worden medegedeeld. Het is namelijk informatie die “helder, ondubbelzinnig en tijdig” moet worden doorgegeven aan de afnemer overeenkomstig art. III 77 WER of duidelijker gezegd aan de klant.
Hier stopt de verplichting van de onderneming niet.
Zij dient tevens het bewijs te leveren dat de informatie tijdig (met name voor het afsluiten van de overeenkomst of het leveren van de prestaties) aan de afnemer/klant ter kennis is gebracht.
De omkering van de bewijslast voorzien bij art. III 78 WER is een niet te misvatten opgave, waarbij het laten ondertekenen van de prijsopgave een aan te raden stap is. Dit zal discussies in een latere procedure vermijden.
Het niet volgen van de artikelen III.75 t.e.m III.79 in het Wetboek Economisch Recht wordt niet bijzonder gesanctioneerd.  Vooral in de relatie onderneming – particulier wordt het niet naleven getroffen door gemeenrechtelijke sancties over de precontractuele aansprakelijkheid en nietigheid van de overeenkomst.

 
Conclusie

 
Bij niet-conforme inschrijving of gebrekkige informatieplicht kan een vordering tot betaling gedurende de procedure een omgekeerd effect hebben.
U als schuldeiser  kan geconfronteerd worden met de onontvankelijkheid van uw vordering. Of een tegenvordering van de verweerder tot precontractuele aansprakelijkheid met een vordering tot nietigheid van de overeenkomst.
Door de onontvankelijkheid of tegenvordering is het mogelijk dat u geen recht meer heeft op de rechtsplegingsvergoeding.  Integendeel, u zal de kosten van het rechtszaak, in meer de rechtsplegingsvergoeding aan de tegenpartij moeten vergoeden.