Uw garantie op kwaliteitsvol, juridisch advies

Arbeidsongeval: wat met mijn schade?

Volgens de recentste cijfers van Fedris (2019) worden er jaarlijks +/- 168.000 arbeidsongevallen aangegeven. Dit komt neer op ongeveer 460 arbeidsongevallen per dag en dit gaat in stijgende lijn. In België zijn werkgevers verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten, zodat werknemers verzekerd zijn tijdens hun beroepsactiviteit, alsook voor woon-werkverkeer. 

Maar wat wordt vergoed door de arbeidsongevallenverzekeraar? En kan u uw werkgever nog aanspreken voor de geleden schade die niet wordt vergoed door de verzekering? VDV Advocaten legt het uit. 


Historisch compromis


De wettelijke basis inzake arbeidsongevallen is voor wat betreft de privésector terug te vinden in de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, die een arbeidsongevallenverzekering verplicht stelde voor werkgevers. Deze wetgeving kwam er naar aanleiding van een historisch compromis, afgesloten in 1903 tussen de werkgevers en de vakbonden. Voorheen werden arbeidsongevallen beheerst door het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (art. 1382 BW) en moest de werknemer een fout van de werkgever bewijzen, waardoor schadevergoeding meestal uitbleef. 


Door het compromis werd een ‘objectieve aansprakelijkheid’ van de werkgever ingevoerd, waardoor geen fout meer moet worden aangetoond. 


Burgerlijke immuniteit van de werkgever


Tegenover de objectieve aansprakelijkheid, staat wel de ‘burgerlijke immuniteit’ van de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden. Dit betekent dat de werkgever (of lasthebber of aangestelde) in principe niet meer door de werknemer kan worden aangesproken in vergoeding van de schade. Het is de arbeidsongevallen-verzekeraar die rechtstreeks aan de werknemer betaalt. Deze vergoeding is daarenboven beperkt. 


Wat wordt vergoed door de arbeidsongevallenverzekeraar? 


Indien het ongeval door de arbeidsongevallenverzekeraar wordt erkend als een arbeidsongeval, moet voor wat betreft de vergoedingen, een onderscheid worden gemaakt tussen een dodelijk en niet-dodelijk arbeidsongeval. 


Bij een dodelijk arbeidsongeval worden de rechthebbenden (echtgenoot of wettelijk samenwonende partner; kinderen; ouders/kleinkinderen/broers en zussen onder bepaalde voorwaarden) vergoed, voor: 


- de begrafeniskosten (plafond van 30x gemiddeld dagloon); 

- kosten overbrengen stoffelijk overschot; 

- inkomstenverlies ten gevolge van het overlijden en dit via een rente die bepaald wordt op basis van het basisloon van de werknemer. 


Bij een niet-dodelijk arbeidsongeval worden, naast alle medische kosten, verplaatsingskosten, hulp door derden en prothesen en orthopedische toestellen, ook het inkomstenverlies vergoed. Het slachtoffer ontvangt een inkomensvervangende vergoeding. 


- Tijdens de dag van het ongeval ontvangt de getroffene een vergoeding gelijk aan het normaal dagloon van die dag, eventueel verminderd met de 

        vergoeding die hij reeds had verdiend die dag.


- Gedurende de tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid bedraagt de vergoeding 90% van het gemiddeld dagbedrag. Voor de berekening van dit dagbedrag 

        geldt het basisloon van de werknemer als grondslag. Dit basisloon bevat niet enkel het “vast loon” (uurloon of maandwedde), maar ook commissielonen, 

        eindejaarspremie/13e maand, voordelen in natura, fooien, overloon, feestdagenloon, vakantiegeld, maaltijdcheques, ....        

        

         Met voordelen toegekend in de vorm van werkkleding of arbeidsgereedschap, bedragen uitgekeerd als terugbetaling van verplaatsingskosten, 

        uitwinningsvergoedingen etc. wordt dan weer geen rekening gehouden.         

         

        Andere schade, zoals morele schade, huishoudelijke schade, ... wordt nooit vergoed door de arbeidsongevallenverzekeraar en kan, gelet op de burgerlijke 

        immuniteit, in principe ook niet bijkomend gevorderd worden van de werkgever of collega’s. 


- Stel dat de getroffene na een bepaalde periode het werk gedeeltelijk kan hervatten (bv. 50%), dan krijgt de getroffene voor de periode van tijdelijke 

        gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid nog steeds een vergoeding gelijk aan het verschil tussen het loon verdiend voor het ongeval en het loon dat hij op dat 

        moment ontvangt. 


- Ingeval van blijvende arbeidsongeschiktheid wordt door de arbeidsongevallenverzekeraar een graad van arbeidsongeschiktheid toegekend. Dit wordt 

        uitgedrukt in percentages. Afhankelijk van het toegekende percentage, wordt per maand een rente uitbetaald, dan wel als 

        kapitaal in één keer gestort. 

        

        De graad van blijvende arbeidsongeschiktheid wordt vastgelegd in een ontwerp van overeenkomst, die na ondertekening moet bekrachtigd worden door 

        Fedris. 

        

        Indien u niet akkoord bent met het vastgestelde percentage, bestaat er de mogelijkheid om een procedure op te starten teneinde een geneesheer-

        deskundige te laten aanstellen, die dan onafhankelijk en onpartijdig de blijvende arbeidsongeschiktheid zal beoordelen. 


Uitzonderingen op de burgerlijke immuniteit 


In een aantal limitatieve gevallen kan de getroffene (slachtoffer) of zijn rechthebbenden (bv. echtgenote in geval van dodelijk arbeidsongeval) wel nog een vordering instellen tegen de werkgever. De vorderingen lastens de werkgever die in de praktijk het meest voorkomen, zijn de volgende: 


- Ingeval hij het arbeidsongeval opzettelijk heeft veroorzaakt; 


- Ingeval er door het arbeidsongeval schade is ontstaan aan de goederen van de werknemer (bv. de werknemer moet zich van de werkgever verplaatsen met 

        zijn eigen privéwagen, waarbij er ingevolge een verkeersongeval schade ontstaat aan de auto; bv. kledijschade; bv. schade aan de smartphone, ...), waarbij de 

        werkgever aansprakelijk is voor die schade;


- Ingeval de werkgever vóór het ongeval reeds de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers zwaarwichtig heeft 

        overtreden, terwijl hij daarvoor schriftelijk op de vingers werd getikt door de bevoegde ambtenaren (TWW) en geen passende maatregelen heeft genomen. 


Tevens kan een vordering ingesteld worden tegen de aansprakelijke derde (bv. bij een verkeersongeval) of tegen collega’s (bv. opzettelijk veroorzaken arbeidsongeval). 


In voormelde gevallen, kan het slachtoffer of zijn rechthebbende terugvallen op het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (1382 e.v. BW) en schadevergoeding vorderen van de aansprakelijke derde voor wat betreft de schade die niet gedekt wordt door de arbeidsongevallenverzekeraar (o.a. morele schade, huishoudelijke schade, esthetische schade, ...). 


Uitzendarbeid 


Bijzonder is de regeling bij uitzendarbeid. Aangezien bij uitzendarbeid het uitzendkantoor in principe de werkgever is, moet deze een arbeidsongevallenverzekering afsluiten voor de uitzendkracht. 


Indien het arbeidsongeval echter plaatsvindt bij de gebruiker, die in principe niet als lasthebber van het uitzendkantoor wordt beschouwd, geldt de burgerlijke immuniteit ten aanzien van deze gebruiker niet. De gebruiker is immers niet de werkgever. 


Indien een fout van de gebruiker kan bewezen worden, kan deze gebruiker door het slachtoffer of zijn rechthebbende dus aangesproken worden in betaling van de schade die niet werd vergoed door de arbeidsongevallenverzekeraar van het uitzendkantoor. 


Hebt u nog vragen hieromtrent of wenst u begeleiding in een procedure? U kan onze specialisten steeds contacteren via info@vdvadvocaten.be.